Terug naar publicaties

Publicatie



Financieel Dagblad: 'Ik voel me misleid door het ministerie, we zien bijna niets van onze voorstellen terug’

'Ik voel me misleid door het ministerie, we zien bijna niets van onze voorstellen terug’
Gewijzigd op: 24/01/2012 22:47:40   Gepubliceerd op: 25/01/2012 00:00:00

Jeroen Koot

Amsterdam

Het is nu of nooit, voor Anne Hettinga, voorzitter van de branchevereniging voor regionale vervoerders (FMN). Hij moet donderdag proberen de Tweede Kamer te overtuigen dat het niet goed is als de Nederlandse Spoorwegen bijna-monopolist blijven op het Nederlandse spoor. In een hoorzitting in Den Haag krijgt hij drie minuten de tijd, met zeventien minuten voor vragen.

Nu zit hij in een restaurant op Schiphol, om te vertellen hoe hij zijn drie minuten gaat benutten. Hij hoopt de Tweede Kamer in dit late stadium nog te overtuigen dat er meer marktwerking op de rails moet komen. ‘Ik voel me misleid door het ministerie’, zegt hij. ‘We hebben een eigen spoorplan voorgesteld en het ministerie wekte bij mij de indruk dat onze voorstellen op een bepaalde manier terug te vinden zouden zijn in het beleidsvoornemen. Maar dat is niet gebeurd. Volgens mij is alles in het werk gezet om NS de concessie te geven.’

De regionale spoorbedrijven staan voor een lastige taak. Eind vorig jaar sprak het ministerie van Infrastructuur en Milieu namelijk klare taal over de Nederlandse Spoorwegen. Het spoorbedrijf heeft onderhands de concessie gekregen om tot 2025 als enige over het hoofdspoor in Nederland te rijden. Daarmee kwam er een einde aan de vraag of het spoor wel of niet openbaar aanbesteed zou worden. De NS blijft de baas. De enige kruimel voor de regionale vervoerders is dat ze op twee NS-trajecten in Limburg mogen experimenteren met het rijden van stoptreinen, tussen intercity’s.

De regionale vervoerders hadden op veel meer ingezet. In het plan van de FMN zouden commerciële vervoersbedrijven overal, behalve in de Randstad, hun stoptreinen tussen de gele intercity’s van de NS laten rijden. Dat scheelt de overheid geld, zeggen de vervoerders, want ze rijden voor minder subsidie dan de NS. En het trekt meer reizigers naar het ov. Want de stoptrein en de streekbus in de regio zouden allebei van hetzelfde bedrijf zijn geweest. En dus kan de vervoerder ze veel beter laten aansluiten.

‘Wij hebben al bewezen dat het kan’, zegt Hettinga. ‘In de regio rijden we al jaren, en we maken winst. De subsidie van provincies is teruggegaan van € 12 mln naar € 5 mln. We hebben van onrendabele spoorlijnen goudmijntjes gemaakt.

In de discussie speelt ook nog de hogesnelheidslijn hsl tussen Schiphol en Antwerpen mee. Deze lijn, waar de verliesgevende paarse Fyra-treinen van de NS op rijden, bleek een blok aan het been voor het ministerie. Het alleenrecht op de lijn was openbaar aanbesteed, waarbij de NS had gewonnen.

Omdat het spoorbedrijf bijzonder veel geld had geboden, dreigde de exploitatie van de lijn echter op een faillissement uit te draaien. Dat zou ook voor de overheid een strop betekenen, want een nieuwe aanbesteding zou veel minder opleveren. Door nu de hsl bij het spoor van de NS te voegen, lost het ministerie dit probleem op. De NS krijgt de lijn voor een wat lager bedrag, zonder dat er een nieuwe openbare aanbesteding nodig is.

‘Als aannemer in het spoor zeg ik: dit kan niet’, zegt Hettinga. ‘Ik heb het gevoel dat we een goede kans hebben bij de rechter als we hier tegenin gaan.’ Maar hij wil eerst nog de reactie van de Kamer afwachten.